Slaap
Pasgeboren kindjes brengen het grootste gedeelte van hun tijd door met slapen. Naarmate je baby ouder wordt, blijft hij steeds langere perioden achter elkaar wakker en voor je het weet, slaapt hij alleen tussen de middag nog een paar uurtjes en heeft hij verder een normaal dag- en nachtritme ontwikkeld.
Ieder mens heeft zijn eigen slaapritme, dat als het ware is geprogrammeerd in zijn lichaam en hersenen. Dat geldt ook voor een pasgeboren baby. Net zoals de ene persoon genoeg heeft aan een gemiddelde van vijf uur slaap per nacht en de ander niet kan functioneren zonder een minimum van acht uur, zo slaapt ook de ene baby langer dan de andere.
Maar wat is nu normaal? Dat is waarschijnlijk een vraag van ouders met een kind dat een afwijkend slaapritme lijkt te hebben, in vergelijking tot zijn leeftijdgenootjes. Vooral wanneer je een kind hebt dat moeilijk in slaap komt en regelmatig (huilend) wakker wordt, is het belangrijk om te weten wanneer er precies sprake is van een probleem.
Pasgeboren baby’s slapen gemiddeld zestien tot zeventien uur per dag. Dit verdelen ze over een aantal losse slaapjes. Over het algemeen slaapt een pasgeboren kleintje telkens drie uur, waarna hij ongeveer een uurtje wakker is. Als je dit verdeelt over 24 uur, komt dat op een gemiddelde van zes slaapjes per etmaal.
In de eerste vier maanden van zijn leven zul je merken, dat het aantal uren dat je kindje slaapt, langzaam afneemt. Bovendien valt hij minder vaak per dag in slaap. Na 3 ½ tot 4 maanden heeft je kind nog maar veertien tot vijftien uur slaap nodig. Deze behoefte verdeelt hij over drie tot vier langere slaapperioden. Vaak heeft je kindje nu ook een vast patroon van slapen ontwikkeld en slaapt hij elke dag op ongeveer dezelfde momenten.
In deze periode beginnen de meeste kindjes ook ’s nachts goed door te slapen. Terwijl hij overdag tussen zijn slaapjes door steeds wakker wordt, slaapt je kind ’s nachts waarschijnlijk acht tot negen uur aaneengesloten door. Als je kindje echter na zes maanden dit slaapritme nog niet heeft ontwikkeldt, maar in plaats daarvan regelmatig ’s nachts wakker wordt, heeft hij (en jij met hem) last van een slaapprobleem.
Na 6 ½ tot 7 maanden hebben de meeste kindjes overdag nog ongeveer twee tot drie slaapjes nodig. Deze slaapjes duren waarschijnlijk zo’n 2 ½ uur per keer. Als je kindje ongeveer negen maanden oud is, zal dit nog verder teruggelopen naar een tot twee tukjes overdag. De meeste kinderen verdelen deze slaapjes over de ochtend en de middag. De ochtendslaap is vaak wat dieper en wat langer dan het middagdutje.
Rond de eerste verjaardag van je baby zal hij overdag waarschijnlijk alleen nog een slaapje rond het middaguur nodig hebben. De meeste kinderen slapen dan anderhalf tot twee uur. ’s Nachts slaapt hij de hele nacht door. Dat betekent overigens niet dat je baby van vroeg in de avond tot in de loop van de ochtend blijft slapen. Voor doorslapen staat officieel maar vijf uur slaap, van middernacht tot vijf uur in de ochtend.
Alles wat je baby extra slaapt, is natuurlijk mooi meegenomen. Maar het kan dus ook zijn, dat jullie het met die vijf uurtjes slaap per nacht moeten doen. Doorslapen betekent overigens evenmin dat je kindje ’s nachts geen enkele keer wakker wordt. Maar als je kindje heeft geleerd om door te slapen, is hij in staat om uit zichzelf weer in slaap te vallen na zo’n kleine onderbreking, dus zonder dat hij jou daarbij nodig heeft.
Een ongestoorde, maar vooral ook veilige slaap is zowel voor jou als voor je baby erg belangrijk. Als je je baby veilig te slapen legt, neemt het risico op wiegendood af.
Er is erg veel te zeggen over het onderwerp ‘baby’s en slapen’. Meestal gaat het daarbij over kwesties als waarom je baby niet wil slapen en hoe je ervoor kunt zorgen dat hij wel in slaap valt, zodat jij ook even tot rust kunt komen. Er is echter nog een kwestie die van groot belang is: hoe kun je ervoor zorgen dat je baby behalve goed en lekker ook veilig slaapt?
Er is een aantal dingen dat je kunt doen om ervoor te zorgen dat je baby veilig kan slapen:
- Zorg ervoor dat je baby op zijn rug blijft liggen
De eerste twee weken is het nog veilig om je baby op zijn zij te leggen, want dan kan hij zich nog niet op zijn buikje draaien. Na deze tijd kan hij dit wel en is het dus verstandig om je baby op zijn rug te leggen. Een buikligging kan namelijk tot gevolg hebben dat de ademhaling belemmerd wordt.
Op zijn rug ligt je baby het lekkerst en kan hij vrij en ongehinderd ademen. Het risico dat je baby overlijdt aan wiegendood wordt aanmerkelijk kleiner als hij niet op zijn buik maar op zijn rug ligt.
Om ervoor te zorgen dat je baby op zijn rug blijft liggen, is het verstandig een trappelzak in de maat van je baby te kopen en niet één ‘op de groei’. Ook is het aan te raden om de dekentjes goed vast te stoppen onder het matras. Controleer daarnaast regelmatig of je baby nog op zijn rug ligt.
- Zorg ervoor dat je baby niet te warm of te koud wordt
Een goede temperatuur is erg belangrijk, wanneer het gaat om veilig slapen. Vooral omdat het bekend is dat een te hoge slaaptemperatuur voor een grotere kans op wiegendood zorgt. Ook te koud slapen is niet goed voor je kind. Om het juiste slaapklimaat te creëren, moet je het beddengoed afstemmen op de temperatuur van je baby en op die van de kamer.
Na de eerste weken is een kamertemperatuur van 16-18 °C voldoende. In de warme zomermaanden is deze temperatuur vaak niet haalbaar en zal hij wat hoger liggen. Dit is helemaal niet erg. Houd er echter wel rekening mee bij het aankleden en het toedekken van je kind.
De temperatuur van je baby kun je het beste controleren in zijn nek of op zijn buik. De kamertemperatuur bepaal je met een thermometer.
-
Zorg dat je baby niet wordt belemmerd bij het ademen
Dit advies spreekt voor zich. Minder bekend zijn misschien de manieren waarop je dit kunt bewerkstelligen.
Beddengoed moet goed vastliggen en het bedje moet ‘kort’ worden opgemaakt: voetjes vrij dicht tegen het voeteneinde, beddengoed tot de schouder. Je kind kan dan nooit helemaal onder het beddengoed terechtkomen.
Daarnaast is het verstandig om in het bedje geen kussen, (plastic) hoofd- en zijwandbeschermers, plasmatras, hoezen, tuigjes of koorden te gebruiken.
-
De directe omgeving van je kind is rookvrij
Er is een duidelijk verband tussen roken en wiegendood. Hoe meer sigaretten worden gerookt, des te groter het risico op wiegendood.
Roken tijdens de zwangerschap heeft een ongunstige invloed op de zuurstofvoorziening, groei en vermoedelijk ook de longfuncties van je kind. Allemaal gevolgen die na de geboorte het risico op wiegendood vergroten.
Luchtwegaandoeningen komen vaker voor bij kinderen van rokende ouders. Een kind rookt passief mee als je als rokende ouder (borst)voeding geeft of je kind bij je in bed neemt. Het beste is: niet roken in aanwezigheid van je kind.
-
Neem je kindje niet mee in het grote bed
Ook in het grote bed van zijn ouder(s) kan de ademhaling van je baby belemmerd worden.
Een dekbed is voor kinderen tot twee jaar niet veilig. Er kan sprake zijn van warmtestuwing, doordat het dekbed te goed isoleert. De baby kan dan niet meer vrij doorademen en hij raakt zijn lichaamswarmte onvoldoende kwijt.
Als je een baby bij je in bed neemt, is het mogelijk dat je door moeheid toch in slaap valt, ook al is het niet de bedoeling. Op een onbewust moment kun je per ongeluk het deken over je heen trekken en kan je baby in ademnood komen. Mede om deze reden raadt de Sichting Consument en Veiligheid het af om je baby in het grote bed te laten slapen.
-
Er is voldoende afstand tussen wieg of ledikant en (gordijn)koorden en snoeren
Wanneer je kind bij een (gordijn)koord of snoer kan, bestaat het gevaar dat hij hierin verstrikt raakt.
Het bedje van je kleine hoort niet alleen warm en knus te zijn, maar ook veilig. Het is daarom verstandig om bij de aankoop van het ledikantje en de matras een aantal zaken in de gaten te houden.
Ledikant
Een pasgeboren baby kun je zowel in een ledikantje als in een wieg laten slapen. In een wieg, een mand of een reiswieg is je kind goed beschermd tegen tocht.
Wanneer je baby uit zijn wiegje groeit, kun je het beste een ledikantje voor hem aanschaffen. Het is verstandig om een model uit te kiezen waarbij de spijlen minimaal 4,5 en maximaal 6,5 cm uit elkaar staan. Als de spijlafstand groter is kan je kind tussen de spijlen doorglijden. Bij een kleinere afstand dan 4,5 cm kunnen de armpjes in de knel komen.
De spijlen moeten doorlopen tot de bodem. Lopen ze tot halverwege het bedje, dan kan je kind makkelijk op de halfdichte zijkant klimmen en uit bed vallen. Sommige ledikantjes hebben een verstelbare bodem, wat het makkelijker maakt je baby eruit te tillen. Dit is echter alleen raadzaam voor de baby’s die nog niet kunnen staan en klimmen.
Matras
Omdat je kind betrekkelijk lang in een bedje ligt, is het belangrijk dat het matrasje van goede kwaliteit en veilig is.
-
Een stevig matras voorkomt dat je kind met zijn gezichtje er in weg kan zakken. Gebruik daarom ook geen matrasje met korrels. Het hoofdje zakt hierin weg waardoor de kans op verstikking ontstaat als het kind op zijn buik rolt.
-
Bij een goed passend matras is de ruimte tussen het matras en de binnenmaat van het ledikant of wiegje niet groter dan 2 cm. Bij een grotere ruimte bestaat de kans dat je kind tussen matrasje en zijwand raakt.
-
Naast goed passend moeten ze ook voldoende van dikte zijn. Dunne matrasjes zijn vaak erg gemakkelijk om te vouwen waardoor een kind zich onder het matrasje kan wurmen en daardoor kan stikken.
-
Je kunt kiezen voor een matrasje van schuimrubber, met luchtgaten erin. De luchtgaten maken het mogelijk dat je baby gewoon kan ademhalen als hij op zijn buik draait.
-
Tot slot mag het matras niet voorzien zijn van plastic. Plastic is warm en ventileert niet. Dit vergroot de kans op verstikking.
Er zijn bij het uitkiezen van het beddengoed een paar dingen waarop je kunt letten.
Dekentje
Een dekbed is voor kinderen tot twee jaar niet veilig. Kinderen kunnen er onder verstikt raken. Er kan sprake zijn van warmtestuwing, doordat het dekbedje te goed isoleert. Laat ze daarom ook niet bij jou in het grote bed slapen, maar gebruik een dekentje voor in je baby’s bedje. Maar deze mag niet te dik zijn, want ook dat isoleert weer.
Hoe dikker het dekentje, hoe meer het isoleert. Het gewicht en materiaal maken geen verschil, blijkt uit onderzoek van Consument en Veiligheid en TNO Textiel. Synthetische materialen, die veelal zeer licht van gewicht zijn, werken net zo isolerend als het vertrouwde wollen of katoenen dekentje.
Hoe weet je of het dekentje niet te dik is? Kijk of het dekentje voldoende lucht doorlaat. Dat kun je testen door er zelf zachtjes tegen te blazen en te kijken of je dat aan de andere kant met je hand nog voelt.
Baby’s en peuters hebben geen kussentje nodig.
Overtrekhoes of lakentje?
Verder zul je moeten beslissen of je een overtrekhoes of een lakentje wilt gebruiken. Wanneer je een instopdeken met daaromheen een overtrekhoes gebruikt, kun je makkelijker variaties aanbrengen in de kleuren en motieven van het beddengoed door te wisselen van overtrek. Het voordeel van een lakentje is dat die vaak wat breder is en daardoor makkelijker onder het matrasje is toe te stoppen, wat het voor je baby moeilijker maakt zich op zijn buik te draaien.
Trappelzakjes
Een trappelzakje is erg handig als je ervoor wilt zorgen dat je baby op zijn rug blijft liggen. Je kunt een trappelzak gebruiken vanaf het moment dat je merkt dat je baby zich probeert om te draaien. Dit is gemiddeld wanneer hij anderhalf tot twee maanden oud is.
Als je besluit om een trappelzak te gebruiken, zul je nog moeten beslissen of je een gewatteerd of ongewatteerd model aanschaft. Kies je voor een gewatteerd of fleece trappelzakje, let dan op dat je nog maar zelden een dekentje hoeft te gebruiken: anders krijgt je baby het te warm tijdens zijn slaap.
Tot slot
Heb je voor je gevoel met alles rekening gehouden en overal over nagedacht, dan kun je ervan uitgaan dat je baby gezond en veilig naar dromenland zal afreizen!