Borstvoeding

Tijdens je zwangerschap maakt je lichaam zich klaar om borstvoeding te kunnen geven. Je borsten worden groter en zwaarder onder invloed van je zwangerschapshormonen. De melkklieren in je borsten krijgen signaaltjes om melk te gaan aanmaken. Na de geboorte van je kindje winnen deze signalen aan kracht en komt de melkproductie op gang, zodra je baby begint met zuigen.

Hoewel het opgang komen en het geven van borstvoeding in principe een natuurlijk proces is, blijft het een fabeltje dat iedere vrouw en elke baby meteen weet hoe het moet. Het is heel normaal als je voor en tijdens het borstvoeden met een aantal vragen zit, waar je niet direct een antwoord op weet. Hoe moet je je kindje bijvoorbeeld aanleggen? En hoe merk je dat je baby genoeg gedronken heeft? Veel vrouwen vragen zich bovendien af ze wel genoeg voeding voor hun kindje hebben.

 

 

Als je borstvoeding wilt geven, is het goed om je baby zo snel mogelijk na zijn geboorte voor de eerste keer aan te leggen. Vlak na de bevalling heeft je kindje namelijk een heel sterke zuigreflex.

Wanneer je zachtjes zijn wangetjes of mondje aanraakt, zul je zien dat je kindje zijn hoofdje meteen in de richting van de aanraking draait, zijn mondje opendoet en zuigbewegingen maakt, met kleine smakgeluidjes.

Het zuigen van je baby zorgt ervoor dat je borsten melk gaan maken. In je tepels zijn namelijk zenuwen aanwezig die, als ze door je kindje worden gestimuleerd, signalen doorgeven aan je hersenen om bepaalde hormonen aan te maken. Deze hormonen zorgen ervoor dat je melkklieren melk gaan maken en dat de spieren in je borsten zich gaan samentrekken om de melk naar buiten te stuwen.

Je baby en jij kunnen de eerste dagen na de bevalling gebruiken om aan het voeden te wennen. De melkproductie is in deze periode namelijk nog niet optimaal. Gelukkig heeft je baby vlak na de bevalling ook nog niet zoveel voedsel nodig, omdat hij in de baarmoeder een reserve heeft aangelegd. Deze tijd is dan ook uitermate geschikt om de techniek van het voeden in de vingers te krijgen, zowel voor jou als voor je kindje.

 

Het eerste vocht dat je borsten produceren heet colostrum. Je borsten beginnen al in de laatste weken van je zwangerschap met de aanmaak van deze gelige, transparante vloeistof. Het is ook de eerste ‘melk’ die je baby na de geboorte binnenkrijgt.

Colostrum is eigenlijk een soort supermelk. Het bevat namelijk een heleboel afweerstoffen, die je baby beschermen tegen bacteriën en andere schadelijke invloeden. Er zitten meer mineralen, eiwitten en vitamines in dan in de normale voeding, en minder vetten en suikers.

Daarnaast stimuleert het colostrum de spijsvertering van je kindje: het werkt namelijk laxerend en zorgt ervoor dat de organen van je kindje beginnen met het opruimen van de afvalstoffen die zich tijdens de zwangerschap in zijn lichaam hebben verzameld.

Drie tot vijf dagen na de bevalling maakt het colostrum plaats voor melk. Je ziet de vloeistof dunner worden en van kleur veranderen. In plaats van roomgeel wordt het langzaam blauwachtig wit. Dat komt omdat het eiwitgehalte van de melk afneemt. Na ongeveer tien dagen is het colostrum volledig vervangen door normale moedermelk.

 

 

In de eerste dagen na de bevalling moet je baby leren hoe hij moet drinken, terwijl jij leert hoe je je baby moet aanleggen, zodat hij kan drinken. Daarvoor is een speciale techniek vereist. Het is dus normaal als het niet direct gaat zoals het hoort, maar toch moeten jij en je baby de kunst van het voeden binnen een paar dagen onder de knie kunnen krijgen. Met een paar aanwijzingen gaat het bijna vanzelf.

Allereerst is het van belang dat je baby toehapt. Zorg ervoor dat je baby goed ligt, met zijn hoofdje en zijn lichaam in een rechte lijn en zijn mondje bij je tepel. Daarbij is het de bedoeling dat je kindje met zijn buik naar jou toe ligt gedraaid. Door met je tepel of je vinger over zijn wangetje te strelen, stimuleer je de zoek- en zuigreflex van je baby. Als het strelen van zijn wangetje niet werkt, kun je ook over zijn lipjes strelen of zachtjes op zijn kinnetje drukken.

Als het mondje van je baby opengaat en hij toehapt, moet je ervoor zorgen dat hij je hele tepel in zijn mond neemt. Dus niet alleen het puntje van je tepel, maar ook de hele tepelhof: nders kan je kindje nauwelijks iets uit je borst krijgen. Het kan zijn dat je kindje een paar keer moet toehappen voordat dit lukt. Als je met je hand je borst een beetje plet bij het toehappen, steekt je tepel wat verder naar voren en maak je het voor je baby makkelijker om je tepel goed in zijn mondje te krijgen.

Het toehappen is gelukt, wanneer je baby de tepelhof in zijn mondje heeft, met zijn tongetje en onderkaak onder je tepelhof, zijn onderlipje naar buiten gekruld en zijn kinnetje vlak tegen je borst. Let erop dat de neusgaten van je baby niet tegen je borst drukken, zodat hij vrij kan ademhalen tijdens het drinken.

Het is niet goed om je baby te forceren bij het aanleggen. Ga dan ook vooral niet proberen om met je vingers zijn mondje open te krijgen of om zijn hoofdje met je handen in de goede richting te duwen. Dat heeft in de meeste gevallen alleen maar een averechts effect. Je baby zal verward raken, boos worden en gaan huilen. Voeden gaat het beste wanneer je jezelf en je baby alle tijd gunt, zodat jullie allebei volkomen ontspannen zijn.

Als je kindje te weinig ruimte heeft om te ademen, kun je hem bij zijn billetjes wat dichter naar je toe trekken. Zo komt zijn neusje vrij. Bovendien ligt je kindje zo vaak nog beter aan de borst, omdat hij wordt gedwongen om een groter deel van de onderkant van je tepel in zijn mond te nemen. Daardoor kan hij, met behulp van zijn onderkaak en tongetje, beter de voorraadholtes achter je tepelhof leegzuigen.

De meeste baby’s likken eerst een beetje aan je tepel, voordat ze beginnen met zuigen. Daarna maken ze wat korte zuigbewegingen. Zodra je melk is toegeschoten, begint je kindje daadwerkelijk met drinken. Daarbij zie je zijn wangetjes bewegen alsof hij aan het kauwen is. Je zult merken dat je kindje niet continu blijft drinken: soms stopt hij even om de melk te laten bezinken, maar gaat daarna weer verder.

Je baby geeft aan dat hij genoeg heeft gedronken als hij langere tijd stopt met drinken, je tepel loslaat en daarna niet opnieuw toehapt. Het kan zijn dat je merkt dat je kindje niet langer drinkt, maar weigert om je tepel los te laten. Probeer je baby dan vooral niet los te trekken. Door het zuigen is er een vacuüm ontstaan dat lostrekken zowel voor jou als voor je baby heel onaangenaam maakt. Je kunt het vacuüm opheffen door voorzichtig je pink in de mondhoek van je baby te steken.

 

 

Het is belangrijk dat je een comfortabele houding vindt om je baby de borst te geven. Het moet een houding zijn die je lang kunt volhouden en waarin je je optimaal kunt ontspannen, zonder dat je last krijgt van slapende lichaamsdelen, kramp of spierpijn. Bovendien moet je baby daarbij goed in staat zijn om te drinken.

Je kunt kiezen uit een aantal verschillende houdingen. Hieronder vind je illustraties van de vier bekendste houdingen, met uitleg. Welke houding je kiest, is vaak afhankelijk van je eigen voorkeur, het moment van de dag waarop de voeding plaatsvindt en de grootte van je baby. Als je er zeker van wilt zijn dat het voeden zowel voor jou als voor je baby zo comfortabel mogelijk is, kun je het best altijd een paar kussens bij de hand houden. Die gebruik je om je eigen lichaam en dat van je baby te ondersteunen.

Handig bij het aanleggen

De houding die is afgebeeld op illustratie A is erg handig bij het aanleggen van je baby: je draagt het hoofdje van je baby in je hand, waardoor je hem goed met zijn mondje naar je tepel kunt leiden. Zijn lijfje ondersteun je met de rest van je arm. Je kindje drinkt uit de borst aan de kant van je vrije hand.

Je vrije hand kun je goed gebruiken om je borst in de juiste positie te brengen en te ondersteunen. Dat laatste doe je door je vingers onder je borst te schuiven, terwijl je duim er bovenop ligt. Zorg er wel voor dat je vingers ver genoeg van je tepelhof af liggen, zodat je kindje ongestoord kan drinken.

In de holte van je elleboog
Als je baby eigenlijk al wat te zwaar is voor de eerste houding, kun je na het aanleggen overschakelen op de houding van afbeelding B. Dit is misschien wel de meest bekende positie. Het hoofdje van je baby rust in de holte van je elleboog. Je onderarm ondersteunt zijn rug en met je hand houd je zijn billetjes of bovenbeen vast. Ook nu gebruik je je vrije hand om je borst te positioneren en te ondersteunen.

Let goed op dat je baby bij deze voedingspositie in de juiste houding ligt. Het is de bedoeling dat hij met zijn hele lijfje naar je ligt toegedraaid, dus met zijn buikje tegen jouw buik. Zijn hoofdje ligt niet naar achter gebogen of opzij gedraaid, maar in een rechte lijn met de rest van zijn lichaam.

Liggend voeden

Het kan ook heel comfortabel zijn om je baby liggend te voeden. Vooral als je in bed ligt, bijvoorbeeld vlak na de bevalling, of bij een nachtvoeding. Ga daarvoor op je zij liggen, met kussens in je rug en onder je hoofd, en leg je baby naast je. Zijn hoofdje ligt weer in de holte van de elleboog van je onderste arm. Met je andere arm schuif je je baby naar je toe, als hij zijn mondje openspert om te drinken.

Ook in deze houding is het de bedoeling dat het hoofdje van je baby in een rechte lijn ligt en zijn hele lijfje naar je is toegedraaid. Je kindje ligt dus, net als jij, op zijn zij. Opnieuw gebruik je je vrije hand om je borst te ondersteunen en in de juiste positie te brengen. Als je baby genoeg heeft gedronken uit je ene borst, hoef je alleen maar iets naar voren over te hellen en je bovenlichaam iets bij te draaien, om ervoor te zorgen dat hij bij de tweede kan.

Zodra je baby je tepel goed in zijn mondje heeft en actief drinkt, kun je je arm eventueel onder je kindje vandaan halen en onder je hoofd leggen. Plaats dan eventueel een kussentje of een punt van het dekbed onder het hoofdje van je baby, zodat hij goed bij je tepel kan. Het is ook handig om een kussen tegen je baby’s rug te leggen, zodat hij minder snel van je wegrolt.

De rugbygreep
De houding die staat afgebeeld op illustratie D wordt ook wel de rugbygreep genoemd. Je houdt je kindje namelijk op dezelfde manier vast als een rugbyspeler de bal. Het hoofdje van je baby ligt in je hand, zijn rug steunt op je onderarm en zijn beentjes verdwijnen onder je arm, in de richting van je rug. Je baby rust met zijn buik en zij tegen jouw zij. Een kussen onder de arm waarmee je je baby draagt, maakt deze positie nog wat comfortabeler.

Deze voedingspositie is vooral erg handig wanneer je een keizersnede hebt gehad en liever niet wilt dat je baby tegen je onderbuik rust. Ook wanneer je zware borsten hebt, of als het voeden je met de ene borst meer moeite kost dan met de andere, kan deze houding uitkomst bieden. De rugbygreep wordt meestal ook als erg plezierig ervaren bij het voeden van een kleine of te vroeg geboren baby.

Comfort
Welke houding je ook kiest, het is belangrijk dat jij en je baby je allebei comfortabel voelen tijdens het voeden. Als je zittend voedt, kies dan een makkelijke stoel uit die je rug goed ondersteunt wanneer je voeten plat op de grond staan. Leg eventueel nog een paar kussens in je rug. Buig je lichaam niet naar voren, dat is een té zware belasting voor je rug- en nekspieren. Til je baby ook niet op, maar gebruik altijd een kussen ter ondersteuning van zijn lichaam, om zijn mondje op dezelfde hoogte te brengen als je tepel.

Voor die keren dat je je baby zittend in bed de borst geeft, is er nog een handige tip. Je kunt namelijk ook je knieën optrekken en zo een plateautje voor je baby vormen, waar je een kussentje oplegt. Let er dan wel op dat je je rug goed recht houdt, anders kan het zijn dat je spieren na een tijdje gaan protesteren.

 

 

Het klinkt misschien raar, maar jouw baby bepaalt hoeveel voeding je borsten aanmaken: al naar gelang de kracht waarmee je baby zuigt, maakt je lichaam meer of minder melk aan. Namelijk: een krachtig zuigende baby heeft waarschijnlijk nog niet genoeg gehad, dus maken je melkklieren voor de volgende keer meer voeding. In de meeste gevallen hoef je dan ook niet bang te zijn dat je te weinig of juist te veel melk hebt voor je kindje.

Als je twijfelt, kun je aan het gewicht van je kindje zien of hij genoeg voeding binnenkrijgt. Normaal gesproken komt je baby per week ongeveer 100 tot 250 gram aan. Daarbij telt de eerste week niet mee, omdat elke baby na de geboorte iets afvalt. Ook door het aantal natte luiers te tellen, kun je bijhouden of je baby genoeg te drinken heeft. Zolang dat er ongeveer zes per dag zijn, is er niks aan de hand.

Te weinig
Het kan zijn dat je op basis van het aantal luiers en de gewichtstoename van je kindje toch gaat twijfelen of je wel genoeg melk voor je baby hebt. Als je kindje inderdaad te weinig te drinken krijgt, zal hij waarschijnlijk ook behoorlijk huilerig zijn en vaker dan normaal om een voeding vragen. Er zijn dan een aantal dingen die je kunt doen om ervoor te zorgen dat je borsten meer melk gaan aanmaken.

Allereerst is het verstandiger om het aantal voedingen per dag wat op te schroeven. Als je je kindje vaker aanlegt, worden je melkklieren vaker gestimuleerd om voeding aan te maken. Laat je baby bovendien bij elke voeding uit beide borsten drinken; misschien dat ze samen wel genoeg voeding produceren. Zo niet, dan worden ze in ieder geval allebei gestimuleerd om meer voeding aan te maken. Verder is het verstandig om goed voor jezelf te zorgen. Genoeg rust, gezond eten en bovendien veel drinken, dragen ook bij aan de melkproductie.

Wanneer deze maatregelen niet werken, kan het zijn dat de verpleegkundigen op het consultatiebureau je aanraden om je kindje met de fles wat bij te voeden om te voorkomen dat je baby ondervoedt raakt. Pas nadat je kindje beide borsten heeft leeggedronken, geef je een beetje flesvoeding bij. Soms is dat slechts tijdelijk nodig, omdat het een paar dagen kan duren voordat je borsten hun melkproductie op de behoefte van je kindje hebben afgestemd.

Het is verstandig als je in deze situatie niet zelf gaat experimenteren met extra voedingen. Leg je vermoedens eerst voor aan de verpleegkundige op het consultatiebureau. Zij kunnen je vertellen wat je het beste kunt doen en of de extra voedingen überhaupt nodig zijn. Het kan namelijk ook zijn dat je baby hongerig en huilerig is, omdat zijn voedingsritme aan het veranderen is en hij een regeldag heeft.

Te veel
Het komt niet vaak voor, maar het kan ook zijn dat je borsten juist te veel voeding aanmaken. Dat kun je merken aan een aantal factoren. Ten eerste voelen je borsten bij een teveel aan melk ook na het voeden nog onaangenaam vol en gespannen. Je merkt dat je baby zich tijdens het drinken vaak verslikt en regelmatig golven melk uit zijn mondje laat lopen. Daarbij protesteert je kindje tegen de overvloed aan melk door te gaan huilen tijdens het voeden.

Als je deze verschijnselen herkent en je kindje bovendien gedurende lange tijd een heldergroene ontlasting produceert en vaak last heeft van krampjes, is het bijna zeker dat hij te veel voeding binnenkrijgt. Je kunt deze problemen tegengaan door slechts een borst per voeding aan te bieden. Laat je kindje vervolgens zo lang uit deze borst drinken als hij zelf wil. Als je borst zo gespannen is dat je kindje zich verslikt, kun je de borst vooraf wat afkolven.

In tegenstelling tot wat regelmatig wordt beweerd, is het niet verstandig om je baby bij een teveel aan melk korter aan te leggen dan normaal. Als je kindje korter drinkt, krijg hij te weinig van de vettere achtermelk binnen. Daardoor is zijn maagje sneller leeg, krijgt je kindje meer krampjes en vraagt hij sneller om een nieuwe voeding. Daardoor gaan je borsten uiteindelijk alleen maar meer melk aanmaken.

Het is evenmin verstandig om veel te gaan kolven in deze situatie. Immers, het is juist het leegmaken van de borsten dat ervoor zorgt dat er nieuwe melk wordt aangemaakt. Regelmatig kolven heeft op de lange termijn dus alleen tot resultaat dat je borsten steeds meer melk gaan produceren.

Bij te veel melk is het overigens erg belangrijk om na elke voeding en elke keer kolven te controleren of je borsten wel leeg genoeg zijn en er geen harde plekken zijn overgebleven. Zodra je een harde plek ontdekt, moet je proberen om die met masseren weer zacht te krijgen: zo voorkom je dat je melkkanalen verstopt raken.

Als je baby erg vaak wil drinken, omdat hij last heeft van krampjes, kun je hem tussendoor de ‘lege’ borst aanbieden, dus de borst die hij eerder al leeggedroken heeft. Daardoor krijgt hij wat extra achtermelk binnen. De stoffen in deze melk zijn goed tegen krampjes. Verder kun je voorkomen dat je kindje zich verslikt in te grote golven melk door op je rug te gaan liggen of achterover te leunen tijdens het voeden. De zwaartekracht zorgt er dan voor dat er niet te veel melk in één keer uit je tepel stroomt.

 

 

Een pasgeboren kindje heeft iedere 24 uur minimaal zeven tot twaalf voedingen nodig. Als je baby tussen de vier en acht weken oud is, zal hij gemiddeld vijf of zes keer per 24 uur gevoed willen worden.

Je moet zelf beslissen of je je kindje op vaste tijdstippen wilt voeden of dat je hem voedt wanneer hij erom vraagt. Beide voedingsmethoden hebben zo hun eigen voor- en nadelen. Meer hierover lees je in het artikel over voeding in de kraamtijd.

Hoe lang laat je je kindje drinken?
In principe kun je je kleine vanaf de geboorte zo vaak, zo veel en zo lang laten drinken als hij zelf wil. Hij weet zelf immers het beste hoeveel voeding hij nodig heeft. Voorheen werd nog wel eens aangeraden om te beginnen met korte voedingen van ongeveer vijf minuten per keer. Zo zou je je tepels kunnen laten wennen aan het zuigen van je baby. Deze methode heeft echter meer negatieve effecten dan positieve.

Pijnlijke tepels worden over het algemeen niet veroorzaakt doordat ze nog niet gewend zijn aan het zuigen van je kindje, maar doordat je kleine op een verkeerde manier is aangelegd. Alleen aan het begin van elke voeding kun je een vervelend gevoel in je tepel hebben, omdat deze wordt uitgerekt door het zuigen. Dat gevoel hoort tijdens het voeden weg te trekken. Houd je de hele voeding door pijn, dan kun je je kleine het beste opnieuw aanleggen. Het is dus niet zo dat je je tepels kun laten ‘wennen’ aan het voeden door de vijf-minuten-regel te hanteren.

In het begin moet je kindje nog leren drinken. Als je hem elke keer maar kort aanlegt, krijgt hij onvoldoende kans om te oefenen. Bovendien krijgt hij dan, ook omdat hij nog niet zo goed kan drinken, te weinig melk binnen. Dit kan weer tot gevolg hebben dat je melkproductie niet goed op gang komt. Allemaal redenen dus om zeker in het begin voldoende tijd te nemen voor de voedingen.

De meeste baby’s drinken in de eerste paar weken zo’n twintig minuten per keer. Als jullie allebei de techniek van het voeden onder de knie hebben, zal je baby je borst in ongeveer tien tot vijftien minuten kunnen leegdrinken.

Beide borsten gebruiken
Laat je baby bij elke voeding uit beide borsten drinken. Vooral in het begin is het verstandig om halverwege van borst te wisselen. Zo wordt de melkproductie in beide borsten namelijk optimaal gestimuleerd. Waarschijnlijk zal je baby de tweede borst niet helemaal leegdrinken, omdat hij al genoeg heeft gehad. Begin de volgende voeding dan met de borst waarmee je de vorige keer bent geeindigd.

Dag- en nachtritme
Sommige baby’s lijken aanvankelijk de dag en de nacht te hebben omgedraaid. Zo kan het zijn dat je kindje voornamelijk ’s nachts gevoed wil worden, terwijl hij de dag hoofdzakelijk gebruikt om te slapen. Je kunt dit ritme in jouw voordeel omdraaien door hem overdag te wekken voor een voeding. Houd daarbij ongeveer het schema aan dat hij ’s nachts hanteert. Dus als hij ’s nachts om de drie uur gevoed wil worden, maak je hem overdag om de drie uur wakker.

Tijd nemen voor het voeden
In het algemeen geldt dat de voedingen het beste verlopen wanneer je er voldoende tijd voor neemt. Onzekerheid en gejaagdheid beïnvloeden de toevoer van je melk. Daardoor doet je baby er, juist wanneer jij haast hebt, langer over om zijn dorst te lessen. Bovendien slaat je eigen onrust meestal over op je kindje, die daardoor minder ontspannen gaat drinken. Dat kan weer tot gevolg hebben dat hij te veel lucht binnenkrijgt bij het drinken en na het voeden last krijgt van boertjes of krampjes.

Regeldagen
Waarschijnlijk zul je rond de tiende dag na de geboorte merken dat je baby plotseling zijn voedingsritme verandert: hij wil ineens op andere tijden en met een andere frequentie gevoed worden dan voorheen. Bij zes weken herhaalt deze situatie zich en bij drie maanden nog eens. Deze perioden worden de regeldagen van je baby genoemd. Tijdens deze dagen geeft je kindje aan dat hij toe is aan grotere porties voeding.

Hoewel ze je eigen ritme behoorlijk kunnen verstoren, is het toch verstandig om je tijdens de regeldagen te schikken naar de behoefte van je kindje. Neem voldoende rust, drink wat meer dan normaal en leg je baby vaker aan om je borsten te stimuleren hun melkproductie te verhogen. Je zult merken dat er na een paar dagen vanzelf een nieuw ritme ontstaat. Daarbij is de tijd die tussen de voedingen ligt wat groter geworden en drinkt je kindje per voeding meer en langer dan daarvoor.

 

 

Om pijnlijke en lastige aandoeningen als tepelkloven en borstontsteking te voorkomen, is het belangrijk dat je je borsten goed schoonhoudt. Dat hoeft niet veel tijd te kosten.

Probeer in ieder geval regelmatig een schone bh aan te trekken als je last hebt van lekkende borsten. Daarbij gaat de voorkeur uit naar een katoenen (voedings)bh, die natuurlijk goed moet passen en lekker moet zitten. Als je lekzakdoekjes of kompressen in je bh legt om de lekkende melk op te vangen, moet je ook deze regelmatig vervangen door schone en droge exemplaren. Deze speciale kompressen kun je bestellen bij Babywinkel.nl.

Maak je tepels minimaal één keer per dag goed schoon met lauwwarm water. Gebruik daarbij geen zeep en zeker geen alcohol. Deze stoffen zorgen er namelijk voor dat de kliertjes op je tepelhof uitdrogen, terwijl die er juist voor moeten zorgen dat je huid daar schoon en soepel blijft.

Na het wassen kun je je borsten het beste aan de lucht laten drogen en niet afdrogen met een handdoek. Zo voorkom je (en genees je) tepelkloven. Trek geen bh of andere bovenkleding aan voordat je borsten helemaal droog zijn

 

maart 8, 2007. Voeding.

Momenteel geen reacties

Plaats als eerste een reactie!

Reageer

Trackback URI